Iudicium Abeundi

De gronden voor een iudicium abeundi zijn gelegen in gedragingen of uitlatingen van een student die hem of  haar ongeschikt maakt voor de uitoefening van het beroep waartoe de opleiding opleidt dan wel voor de praktische voorbereiding op die uitoefening.

Af en toe komt het voor dat studenten laakbaar gedrag vertonen, en ondanks maning daartoe dit gedrag niet aanpassen. Hierbij moet worden gedacht aan uitvoering van onnodige en ongewenste handelingen bij lichamelijk onderzoek op patienten of proefpersonen, verregaand gebrek aan respect jegens patienten, collega's of anderen, of onheuse bejegening van hulpvragers of hun familieleden.

Met inachtneming van rechten en plichten van de kant van de onderwijsinstelling en zorgvuldigheidseisen ten aanzien van de (aanstaande) student, is het in uitzonderlijke gevallen mogelijk om de inschrijving van een student te beeindigen, dan wel een (nieuwe) inschrijving te weigeren als daartoe goede redenen bestaan.

Hiertoe heeft het College van Bestuur het Protocol Iudicium Abeundi vastgesteld. Dit Protocol is een procedureel hulpmiddel bij de advisering en de voorbereiding van de besluitvorming door het College van Bestuur. Het Protocol heeft met name betrekking op situaties waarin anderen direct of indirect gevaar lopen door gedragingen of uitlatingen van een student. Het Protocol geldt voor de opleiding Geneeskunde, de opleidingen Psychologie en Pedagogische wetenschappen en de universitaire lerarenopleidingen.

Voor de beoordeling van het professioneel gedrag zal de geldende standaard voor beroepsnormen van de desbetreffende beroepsgroep worden gehanteerd.

Omdat slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik gemaakt zal worden van het Iudicium Abeundi, wordt er een landelijke geschillenadviescommissie iudicium abeundi (GIA) ingesteld, waarbij ook de Universiteit Leiden is aangesloten. Een dergelijke onafhankelijke toetsing van een IA-beslissing is tevens van belang voor het opbouwen van expertise en jurisprudentie.

Laatst Gewijzigd: 26-04-2011